Maandelijks archief: februari 2006

ALGEMENE GESCHIEDENIS 4. De Middeleeuwen: inleiding (2)

Men kan de Middeleeuwen grofweg in twee tijdperken opsplitsen:

  • van 500 tot 1000 na C.: de vroege middeleeuwen. De volksverhuizingen van de Germaanse volkeren, de stichting van de eerste Germaanse rijken (waaronder, achteraf gezien, dat van de Franken het meest stabiele blijkt te zijn), de invallen van de Noormannen.
    In die tijd krijgen we ook de volksverhuizingen van de Slavische volkeren (o.m. de inval van de Magyaren), de verbreiding van de Islam in het Iberisch Schiereiland, Sicilië en Zuid-Italië, de verdere ontwikkeling van het Oost-Romeinse Rijk.
    Het is een tijd van terugval in barbaarsheid en primitiviteit hier in het Westen, van verfijnde beschaving en cultuur in de Islam en in het Oost-Romeinse rijk. Een eerste hoopvol teken van wedergeboorte hier is de Karolingische renaissance.
    Met de inval van de Normandiërs in Engeland in 1066 wordt de periode van de volksverhuizingen afgesloten.
  • van 1000 tot 1500 na C.: de latere middeleeuwen, met de heel langzame opbouw van nationale staten (het verdrag van Verdun in 843 betekende het einde van de droom van een nieuw West-Romeins imperium, van een
  • Palestina

    Ik zal wel niet de enige zijn die me in het recente verleden geërgerd heb aan het feit dat elke kritiek op Israël gezien werd als een uiting van antisemitisme. Daarom alleen al beveel ik de lectuur aan van dit artikel over een boek van Finkelstein, dat wijst op de grove partijdigheid van de VS ten opzichte van de Palestijnse kwestie. Ik hoop dat heel wat Europese politici dat boek (of dergelijke boeken) zullen lezen!

    ALGEMENE GESCHIEDENIS 4. De Middeleeuwen (inleiding)

    Middeleeuwen: de periode tussen de val van Rome en de Renaissance: ruwweg 1000 jaar, van 500 tot 1500 na C.
    De naam zelf is te verklaren uit de houding van de moderne historici van de Renaissance en later, die grote bewondering hadden voor alles wat de Grieken en Romeinen aan cultuur, kunst en wetenschap hadden gerealiseerd en die in de hergeboorte van die cultuur de toekomst zagen. De eeuwen daartussen beschouwden ze als een permanent dieptepunt, een tijdperk van armoede, wanorde, onwetendheid en bijgeloof.
    In de 19e eeuw, de eeuw van het romantisme (en van de industrialisatie met haar negatieve sociale gevolgen) kwam de belangstelling voor die verguisde Middeleeuwen terug. Ook vandaag de dag is deze belangstelling nog groot. Ondertussen weten we immers dat die Middeleeuwen allesbehalve donker en cultuurloos waren, al moeten we toegeven dat de eerste eeuwen na de verdwijning van het West-Romeinse Rijk een ineenstorting te zien geven van de administratie van een gecentraliseerd geheel en een onvermogen om op enigszins grotere schaal een samenhang te organiseren en er de tucht, het morele gezag en de orde in te handhaven.
    Dat daarbij ook heel wat artistiek-technische en intellectuele verworvenheden van de oudheid verloren gingen is een uitgemaakt feit. Maar toch werd het geen complete chaos en anarchie. Veel bleef bewaard, zowel technisch als geestelijk, vooral dank zij de Kerk en haar structuren (kloosters, bibliotheken), die in die eeuwen soms de enige bindende factor bleek te zijn tussen volkeren en landen.

    Schrijvers over de cartoons

    In de verhitte discussie over de reacties van moslims op de cartoons, deze verklaring van een aantal Franse auteurs, die pogen de puntjes op de i te zetten. Als je het mij vraagt, gaan ze op het einde wel even uit de bocht, maar ja, het weze hun vergeven . Voor wie gemakkelijker Engels leest. En een gedreven pleidooi voor een totale vrijheid van meningsuiting, gepubliceerd voor de rel losbarstte, uitgerekend door een moslim.

    ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Rome (8)

  • vierde eeuw
  • : herstel van het gezag onder Constantijn de Grote, die alleenheerser wordt naar Oosters model. Hij vaardigt o.m. een keizerlijk edict uit dat de boeren aan hun grond bindt. Met dwang wil men de landvlucht tegengaan, maar men pakt de oorzaak niet aan, nl. de uitbuiting van de armen, de buitensporige lasten die men hen via de grondbelasting oplegt.
    In 330 na C. maakt Constantijn Byzantium tot tweede rijkshoofdstad onder de naam