De middeleeuwse mens van rond 1000 na C. stelde zich de aarde wellicht voor als een platte schijf, omringd door oceanen, met de toen bekende landen rond de Middellandse Zee als invulling, en dat alles overkoepeld door een uitspansel, waar de zon, maan, sterren en planeten aan vasthingen. Er heerste dus een welbepaald, beperkt ruimtebesef.
Wat de tijd betreft: het bijbelverhaal met de schepping in zes dagen, en de opeenvolging van de geslachten van aartsvaders, patriarchen en volkeren was daarvoor zijn enig referentiepunt. Als hij al wist in welk jaar na Christus
Enkele voorbeschouwingen, aan de hand van een ‘definitie’ van geschiedenis, die ik ergens heb gelezen: